
français
Maandag 10 mei 2021, om 12:00 in de namiddag bij Kamiano Restaurant Antwerpen.
Kamiano is de juiste plek voor een hartverwarmende welkom en vrijgevigheid wanneer men dakloos is. Een heel pak stress wordt van me afgewassen wanneer ik daar kom. Hopelijk is dit de indruk ook voor de vele behoeftigen die daar aankloppen voor hulp.
Ik ben beledigd en gekwetst als een dakloze landgenote het hier in het algemeen naar haar zin heeft, behalve als ze hulp nodig heeft om haar gezinssituatie op te lossen. In dat opzicht lijkt ze tegen een stenen muur aan te lopen.
Ik wist dat mijn stappen ten voordele van Nazeha Amri gevolgen gingen hebben. Zo werd ik vandaag uitgenodigd door Pascale, de coördinatrice van Kamiano restaurant (waarvan ik de achternaam niet ken of heb) opgeroepen om een gesprek onder 4 ogen te hebben over een telefoontje dat ze van de politie zou hebben gekregen, zei ze tegen me.
“Naar het schijnt hebt u klachten over onze werking gedaan, want er was een e-mail die u hebt doorgestuurd naar zowat iedereen, alsook de politie, de regering en weet ik veel, maar ik ben niet op de hoogte van wat er niet goed gaat hier. Dus toen ik een telefoontje had gekregen wist ik van niks”.
“Ik heb nooit geklaagd over Kamiano, mevrouw” zei ik, “maar er is iemand die niet tevreden is over de begeleiding, zij heeft klachten die ze niet in het Nederlands kon overbrengen. Ik heb haar voorgesteld dat bekend te maken. Die mevrouw heet Nazeha Amri”.
Mevrouw Pascale nam even haar smartphone om te checken en na een pauze zei ze: “dat is die jonge moeder waarover je het hebt?”
“Ja dat klopt”, bevestig ik.
“Maar jullie zijn samen naar de politie gegaan, en er is een verspreiding van informatie die ik niet weet, want ik ben de coördinatrice van Kamiano”.
“Dat wist ik niet mevrouw”, zei ik, “eerlijk gezegd ik zie er altijd op toe dat de informatie naar alle betroffenen gaat, maar ik wist niet dat er een verschil was tussen Kamiano en Sant’Egidio. Ik heb ik ervoor gezorgd dat de informatie naar info@santegidio is gestuurd. Ik dacht dat iemand de interne verdeling deed, zodat het bij de juiste persoon terecht zou komen.”
“Ja maar u hebt specifiek naar mevrouw Hilde Kieboom gestuurd, maar niet naar mij, zit u”, hamerde mevrouw Pascale
Ik heb me verontschuldigd dat ze niets heeft ontvangen. “Wat is juist het probleem met die informatie”, vroeg ik
“Dat het eigenaardige brieven zijn die u stuurt, en de politie heeft me vragen gesteld over wie u bent en of ik u ken. Ik heb geantwoord dat u hier naar Kamiano komt en dat u bij ons bekend bent”, zei mevrouw Pascale.
“Dus de politie zou geen informatie over mij hebben? Ik heb mijn identiteitsgegevens getoond aan de politie, toen ik mevrouw Nazeha vergezelde. Ik heb dat één keer gedaan om haar te tonen waar het politie kantoor is, ze is zelf een tweede keer gegaan vorige week, maar dat heeft niets te maken met Kamiano; Dat heeft te maken met de familietoestand van mevrouw Nazeha. Ze zoekt haar man die spoorloos is en ze heeft de voogdij over haar kind verloren. Ze spreekt alleen Frans en ze voelde zich meer zeker als ik met haar mee kom ”, legde ik uit.
Omdat ik zei dat de klacht bij de politie Kamiano niet betreft, was mevrouw Pascale even stil.
“Ik uw e-mail hebt u iets vermeld over Kelly Lenaers”, vroeg ze.
“Ik heb jaren terug een onderzoek gedaan waarin de naam Kelly Lenaers voorkomt, ik had al gegevens over haar (voor ik naar Kamiano kwam). Ik wist niet dat er een Kelly Lenaers bij Kamiano werkte, ik weet niet wie dat is, tot Nazeha haar ongenoegen begon te uiten over haar sociale begeleidster die Kelly Lenaers heet. Ik heb haar geïnformeerd dat die naam me bekend is, maar het gaat waarschijnlijk niet over dezelfde vrouw”, zei ik. Ik vroeg dan aan mevrouw Pascale welke politie haar had gebeld.
“De politie van de Oudaan”, zei mevrouw Pascale.
“Heeft die agent een naam?” vroeg ik.
“Nee ik heb geen naam”, zei mevrouw Pascale.
“Waarom zoekt de politie mij niet op, en waarom vragen ze niet dat ik me aanbiedt in het commissariaat?”, vroeg ik.
“Wat voor mij belangrijker is, is dat hier alles goed verloopt, en dat als er iets niet goed zit, dan wil ik de eerste zijn die daar alles over weet, en we zullen dat uitpraten en behandelen, maar als ik het niet weet kan ik dat niet rechtzetten”, zei mevrouw Pascale.
“Ik wil u daarbij helpen met alles wat ik heb. Het is mevrouw Amri die communicatie-problemen ondervindt met haar begeleidster, ik zal haar aanmoedigen om van begeleider te veranderen…”, stelde ik voor.
“Ja, neen dat gaat niet zomaar het veranderen van begeleider, we moeten eerst onderzoeken wat er juist aan de hand is”, zei mevrouw Pascale.
“Ja, dat ook. Ik zal het zo doorgeven, maar jullie moeten ook met haar praten. Volgende keer zal ik ervoor zorgen dat u ook een e-mail krijgt. Sorry dat u het u stoort dat het naar een groep mensen gaat, maar zo werk ik”, zei ik.
“Waarom schrijft u zo van die brieven? Ik vind dat een eigenaardige manier van werken, want de mensen zullen daarmee lachen als u zoiets naar de regering de pers enz.” zei Pascale. “Echt dit is de eerste keer dat ik iemand tegenkom die zo werkt”,
“Van mij mogen ze lachen”, zei ik rustige. Dat is de eerste keer dat ze een Marokkaanse tegenkomt die zo werkt bedoelt ze, denk ik. Ik houd de vijand van Marokko en van alle Arabieren en Moslims in het oog. Ik wil dat alle Marokkanen zo werken, dan zal het rap gedaan zijn met de Bende van Nijvel in mijn vaderland. Ik ga me niet koest houden voor kannibalen zoals Professor Roland Willemyns. Ik nodig iedereen uit om mee te volgen wat de vijand doet.
Om te eindigen vroeg Pascale of ik papieren had, hoe lang ik hier in België was, waarom ik dakloos was, of ik familie had en wat mijn toekomstbeeld was, alsof ik niet heb doorzien dat ze mogelijk een telefoontje heeft gekregen van Meester Inès Wouters, die zich als de politie verkleedt.
Ik was één jaar toen ik hier kwam. Ik heb papieren, ik heb alleen geen adres om mijn papieren te vernieuwen, dat ik aan meerdere oplossingen aan het werken ben, en dat het daarom komt dat ik het druk heb en fouten maak zoals een e-mail naar iemand (zoals zij) ben vergeten te sturen, dat ik hier geen familie heb, dat iedereen terug naar Marokko is en dat ik de rest ga volgen.
“Maar u kan bij het OCMW een referentieadres vragen om uw identiteitskaart in orde te brengen”, stelde mevrouw Pascale voor.
Eerlijk gezegd klinkt mevrouw Pascale net als Meester Ines Wouters die praat, want toen ze bij Afschrift werkte heeft zij heeft mij ook een sociale woning aangeboden in Brussel, toen ik in Zaventem woonde en toen ik financiële hulp vroeg aan de Marokkaanse Staat via Parlementariër Mohamed Brika, die mij naar haar had verwezen om het geld te helpen overbrengen. Meester Wouters klonk als de baas over het OCMW. Omdat ze niet heeft willen helpen, zal ik haar en haar OCMW naar de helpen.
“Dat heb ik al gedaan, maar het OCMW heeft geen leefloon voorgesteld, en dus had ik wel de juiste papieren, maar niet de middelen om daarmee iets te doen”, legde ik uit zonder te zeggen dat ik met het OCMW niets te maken wil hebben want dat is het witwas systeem van Lucien Leuwenkroon die de mensen wil hebben waar hij ze wil hebben door middel van het OCMW, namelijk in de prostitutie. Dat is waar de hele wereld om zal lachen als dit is wat ze in België nodig hebben, maar ik heb die woorden niet gebruikt.
Pascale vroeg me wanneer ongeveer ik van plan ben naar Marokko te gaan, alsof het haar interesseert, terwijl dit iemand anders interesseert.
“Dat weet ik niet”, was mijn antwoord.
“Heb jij nog uw Marokkaanse papieren?” vroeg Pascale.
“Ja ik heb mijn Marokkaanse papieren”, zei ik. Ik was vergeten te vragen of iemand die nodig heeft, en of die iemand waarschijnlijk alleen de ongeletterde Marokkanen zonder papieren gewoon is, maar ik heb gezwegen en het gesprek vriendelijk afgesloten.
Gedurende heel die ochtend, werden er geen vragen gesteld aan mevrouw Nazeha Amri die de belanghebbende is. Terwijl deze laatste me naar de uitgang vergezelde, heb ik haar het gesprek samengevat.
Ik heb juist dezelfde behandeling met exact dezelfde opmerkingen en met exact dezelfde woorden gekregen van de directie van Centre d’aide pour demandeurs d’asile de la Croix-Rouge de Belgique in Doornik.
Daarom denk ik dat het iemand van dezelfde bende is, die verbonden is met het Rode Kruis, en die zich stoort aan mijn activiteiten, en vooral aan communicatie naar de buitenwereld.. Ik loop graag te koop over hoe crimineel het hier aan toe gaat in dit land, net op dezelfde manier zoals zij alles op de Moslims willen steken.
Ik kan de politie beter vertellen wie die Kelly Lenaers is, als ze willen weten wie ik ben.
President of United Chambers and Innovation Consultant
Founder of Anaccell Corporation
e-mail : nmouali@firemail.de
Twitter: @ah_cmia @PollockStay
Facebook @meedan.altatweer of @naima.mouali.16
